Eenzaamheid heeft vele gezichten. In deze serie persoonlijke verhalen vertellen Groningers over hun eenzaamheid en hoe ze daar mee omgaan.

Sandro Kukler (26) - ,,Als ik me eenzaam voel, fiets ik een rondje door de wijk"

Eenzaam? Hij staart een tijdje voor zich uit en denkt diep na over de vraag of hij zich wel eens eenzaam voelt. ,,Bijna nooit’’, zegt hij na wat bedenktijd. ,,Nee, eigenlijk niet vaak en als ik mij zo voel, zoek ik de gezelligheid op. Ik fiets dan een rondje door de wijk en daarna voel ik me weer een stuk beter.’’

Sandro kwam in 1993 als gezonde baby ter wereld in het gezin van Onno en Margriet Kukler uit Groningen, die al een paar jaar trotse ouders waren van Sandro’s grote broer Angelo. Op 2,5 jarige leeftijd nestelde de bacterie meningokok zich in het kleine lijfje van Sandro en veroorzaakte hersenvliesontsteking. Zijn leven én dat van zijn ouders en broer veranderden voorgoed.

,,Ik ben daardoor gehandicapt geraakt’’, vertelt Sandro op rustige toon. Hij weet niet beter, want van zijn eerste, gezonde levensjaren kan hij zich niks meer herinneren. ,,Als ik lange afstanden moet lopen worden mijn benen snel moe. Daarom pak ik vaak mijn fiets. En ik moet soms wat langer nadenken.’’ 

De woorden uit Sandro’s mond klinken duidelijk, maar bedachtzaam. Het verwerken van een vraag neemt in zijn hoofd meer tijd in beslag dan gebruikelijk en als hij de vraag betitelt als ‘dat vind ik een lastige vraag’, heeft hij nóg wat meer tijd nodig om vervolgens een raak antwoord te geven.

Op de bank bij zijn ouders thuis in de Groningse wijk Lewenborg voelt hij zich op zijn gemak. Hij heeft zijn ouders voor de gelegenheid even naar het balkon verbannen - ,,het is mooi weer’’ – omdat hij zijn eigen zegje wil doen. Want een gesprek over eenzaamheid wil hij graag zelf voeren ook al is het voor hem persoonlijk geen groot thema. 

Waar hij aan denkt bij eenzaamheid? ,,Aan kinderen of oudere mensen die een groot deel van de dag alleen op hun kamer zitten en niet naar een sport kunnen. Ik geloof dat ik wel eenzame mensen ken, maar ik begin er nooit over, omdat ik niet weet of diegene er zelf wel over wil praten.’’ 

De ‘coronatijd’ vindt hij best pittig vanwege het gebrek aan sociale contacten. Voor hem even geen schoonmaakwerk in het FC Groningen-stadion en in sportcentrum Kardinge. Ook het helpen in de fanshop van FC Groningen was een tijdlang onmogelijk en zelf voetballen zit er momenteel ook niet in door de corona-maatregelen. ,,Gelukkig verveel ik me nooit, maar ik mis mijn voetbalvrienden wel heel erg. Ik mis vooral het geouwehoer, want ik hou van de grapjes met elkaar. In september mogen we weer trainen en daar ben ik blij mee.’’

Sandro woont thuis onder de liefdevolle vleugels van zijn ouders, zijn broer en diens gezin wonen vlakbij. Hij is voorlopig niet van plan om uit huis te gaan. ,,Ik heb wel eens nagedacht om op mezelf te gaan wonen, maar het lijkt me niks. Ik kom dan in een nieuwe omgeving en weet dan niet hoe het leven daar is. Ik vind het fijn dat mijn ouders een beetje op mij letten. Anders moet ik alles zelf doen en dat zie ik niet zitten. Als ik bij mijn ouders en bij mijn broer ben, voel ik me nooit eenzaam.’’

In 2003, Sandro was toen 10 jaar oud, bedachten zijn ouders dat er een speciale voetbalclub moest komen voor kinderen met een beperking, zoals hun zoon. Deze voetballiefhebbertjes konden nergens anders terecht en daarom richtten Onno en Margriet Kids United op. De club heeft inmiddels 150 leden, die wekelijks – behalve in de corona-tijd – het veld op gaan. Bij het noemen van Kids United, lichten de ogen van Sandro op. Het is zijn lust en zijn leven. ,,Willen jullie mijn slaapkamer straks ook zien? Daar heb ik voetbalshirts, bekers en meer dan honderd medailles.’’

Vol trots toont Sandro even later zijn groen-witte slaapkamer, waar FC Groningen de boventoon voert. Op het kastje staat een foto van hem en Johnny de Mol, mét handtekening. ,,Met Johnny – dat is zo’n leuke vent! - en muzikant Diggy Dex hebben we als verrassing voor mijn ouders een clublied gemaakt voor Kids United. Dat was begin van dit jaar op televisie. Echt heel leuk was dat.’’

Sandro loopt naar het balkon om zijn ouders te vertellen dat het gesprek klaar is. Of het goed ging? ,,Natuurlijk. Ik heb ze ook even mijn slaapkamer laten zien. Die vonden ze heel mooi.’’