Eenzaamheid heeft vele gezichten. In deze serie persoonlijke verhalen vertellen Groningers over hun eenzaamheid en hoe ze daar mee omgaan.

Sylvia Huberts (34) - ,,Je kunt altijd opnieuw beginnen, want je bent niet je oude verhaal’’

Een leeg gevoel in haar buik, zo omschrijft Sylvia Huberts uit Groningen de eenzaamheid die zij maar al te goed kent. Voor de buitenwereld is het lastig voorstelbaar dat deze sportieve, goed uitziende, enthousiaste juriste dat gevoel al meedraagt vanuit haar kindertijd. 

,,Mijn hele leven ken ik een eenzaam gevoel, ondanks de vele vrienden die ik heb. Ja, het is bijzonder: ik heb een goed stel hersens, ken bij wijze van spreken het hele wetboek uit mijn hoofd, maar verbinding is voor mij niet zo vanzelfsprekend. Daar ben ik altijd een beetje naar op zoek geweest.’’

Om dat gevoel goed te duiden gaat ze terug naar haar jeugd. Haar wieg stond in Den Horn, ze verhuisde naar Aduard en nadat haar ouders gingen scheiden toog ze met haar moeder, twee broers en zus naar Leek. ,,Mijn vader was van de ene op de andere dag weg. Vertrokken, uit beeld. Ik was 9 jaar en er werd nooit meer over hem gepraat. Als zijn naam viel, ging dat over zijn afwezigheid. Ik dacht dat ik hem niet miste, totdat vriendinnetjes op de middelbare school aan mij vroegen of ik het niet erg vond dat ik geen vader had. Heel stoer zei ik dan: nee hoor. Maar diep weg had ik het nooit dúrven voelen.’’

In het drukke gezin met een alleenstaande moeder, die ernstig ziek werd, was het hard werken. ,,Mijn moeder moest naast haar werk, haar aandacht over vier kinderen verdelen en het was thuis bepaald geen vetpot. Wij gingen bijvoorbeeld nooit op vakantie. Bij andere kinderen thuis was dat in mijn beleving totaal anders. Dat gaf mij een eenzaam gevoel. Het voelde vaak alsof ik langs de zijlijn stond en dat ik overal harder voor moest werken dan andere kinderen.’’

In haar volwassen leven liep ze vast. ,,Ik voelde me onthecht en kwam er in therapie achter dat mijn voorkeur voor mannen die zich niet aan mij wilden binden, te maken had met mijn eigen afwezige vader. Ik kon me niet hechten, omdat ik dat nooit heb geleerd. En je herhaalt gewoon wat je kent.’’

Sylvia nam zich op jonge leeftijd al voor om alles uit het leven te halen. Dat zit in haar karakter, versterkt door haar persoonlijke omstandigheden. Voor onthechte kinderen is het nóg meer van belang om de juiste mensen te treffen, weet zij maar al te goed. Haar vaste groep vriendinnen die ze al van de middelbare school kent, noemt ze ‘haar redding’. Zij verdwenen niet zomaar uit haar leven en boden de veiligheid die ze zo miste, evenals soms een correctie op haar gedrag. ,,Zij leerden mij dat het goed is om over gevoelens te praten. Ik was gewend om die weg te stoppen of om van verdrietige situaties een sprookje te maken dat vanzelf goed zou aflopen. Ik vermeed het voelen van mijn echte gevoelens.’’

Na haar middelbare school ging Sylvia rechten studeren in Groningen. In haar werk als jurist in het sociaal domein ziet ze veel onthechte kinderen. Ze herkent de overlevingsmechanismen van jonge kinderen in onveilige thuissituaties. Het deed haar besluiten om de opleiding tot Meisjescoach te volgen. En ze schreef een boek over onthechting. 

Het schrijven van ‘Het maandagskind’ (maart 2020, uitgeverij Palmslag) heeft haar goed gedaan. ,,Het is geen autobiografisch boek, maar er zitten veel elementen uit mijn eigen leven in. Toen het af was, heb ik eventjes gehuild. Mijn boodschap? Je kunt altijd opnieuw beginnen, want je bent niet je oude verhaal.’’

Om haar heen ziet de 34-jarige Groningse hoe iedereen zich settelt en lange tijd dacht ze dat die weg ook de hare moest zijn. ,,Maar ik was er niet klaar voor en had nog zoveel op te lossen in mezelf. Ik heb nu ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en vind dat waardevol. Bovendien kun je ook níet slagen in de liefde, maar die optie wordt meestal niet geboden door de maatschappij.’’

Voor Sylvia betekent het leven nu; lekker sporten, openstaan voor een relatie, maar ,,alleen op een gezonde manier’’, af en toe een wijntje drinken met vriendinnen, weer contact hebben met haar moeder én met haar vader. ,,Ik ben niet meer boos. Ik herken het als ik weer te veel in mijn hoofd schiet, in die sprookjeswereld, omdat de realiteit te pijnlijk is. Ik probeer meer bij de dag te leven. Hopelijk kan ik als meisjescoach of misschien ooit als kinderrechter zorgen dat kinderen in veiligheid opgroeien. Daar zou ik me graag voor inzetten.’’